Stageleerplan
Terugblik jaar 2 & vooruitkijken jaar 3
Stage
Vorig schooljaar heb ik een half jaar stage gelopen bij Indebuurt033 in Amersfoort. Hier deed ik mee aan een maatjesproject en een preventiegroep voor kleine kinderen; Piep zei de muis. Deze groep is voor kinderen van vier tot acht jaar die thuis spanning ervaren. Bijvoorbeeld door een ouder die lang van huis is wegens ziekte, of als er thuis veel ruzie is.
Hier begeleidde ik samen met twee collega's de kinderen. Met behulp van een spreekpop leren de kinderen omgaan met hun spanningen en emoties en dat die er ook mogen zijn.

Leeropbrengsten
Afgelopen jaar heb ik ook aan leerdoelen gewerkt. Ik had toen van te voren al wat leerdoelen, bijvoorbeeld assertief zijn. Ik merkte vaak dat ik mezelf op de achtergrond zette,
als er iemand anders is die zich dominanter uit. Ik wilde hieraan gaan werken
door "gewoon assertiever te zijn." Maar dat is nog te abstract voor een goed
leerdoel. Eenmaal op stage merkte ik dat al. Ik sprak de kinderen niet
snel/duidelijk aan, als dat wel de bedoeling was. Het gevolg is dan dat ik die
lasten afschuif op mijn collega's, ook al is dat onbedoeld. De conclusie was
dus: spreek de kinderen aan en wacht niet af of het gedrag stopt. Dit is ook gelukt.
Mijn collega's ervaarden aan het eind van de stage minder druk doordat mijn
bijdrage beter zichtbaar was.

Daarnaast was ik niet goed in communiceren. Ik houd
niet van stress en mijn manier om daarmee om te gaan is heel lang uitsluiting geweest.
Door te laat of niet te reageren op appjes begonnen er ook dingen mis te gaan.
Zoals dat ik er vanuit was gegaan dat een bepaalde afspraak vast stond, terwijl
dat nog steeds een open vraag was. Ik besefte dat dit wel echt nodig was. Door
gelijk te reageren en evaluaties te blijven voeren met mijn praktijkbegeleider,
veranderde dit. Aan het eind van het jaar kreeg ik te horen dat ik een "Wessel
2.0" was geworden. Ik zie dat als een compliment.
Ik heb dit vol gehouden, ook in de vakantie in mijn privéleven. Waar ik deze neiging eerst ook had. En inmiddels is dit leerdoel volmondig geslaagd.
Wat neem ik mee?
Een leerdoel van vorig jaar, waar ik nu al merk dat ik er moeite mee heb, is assertiviteit. En niet in de zin van actie ondernemen. Maar wel cliënten aanspreken. Op mijn huidige stageplek word ik erg losgelaten, wat ik als fijn ervaar. Ik ben assertief genoeg om aan collega's te vragen of ik mee kan kijken. Ik heb niet zo een erg volle agenda, dus grijp graag elke mogelijkheid om mee te kijken aan. Maar als ik een gesprek voer met een cliënt, merk ik dat ik mezelf erg terughoud.
Dit mag, ik werk hier nu nog maar ruim een maand. Dat betekent echter niet dat ik geen goede vragen kan stellen. In tegendeel. Ik heb de afgelopen twee jaar les gekregen over vragen stellen en zelfs diepe gesprekken geoefend met vreemden.
Wellicht omdat ik een bepaalde spanning ervaar en daarom niet goed kan bedenken welke levensgebieden ik uit kan vragen. Maar ik wacht nog steeds te lang, tot een collega al een vraag stelt. Exact wat ik vorig jaar al ervaren heb bij Piep zei de muis.
Wat breng ik nieuw?
Om te concretiseren hoe ik aan mijn leerdoelen ga werken, ga ik de leefgebieden opnieuw bestuderen en uitwerken. Om dit beter te kunnen onthouden en zo makkelijker een vraag te kunnen stellen tijdens een gesprek. De spanning die ik verder ervaar, komt ook doordat ik actief denk aan hoe ik moet zitten, kijken, praten, etc. Ik wil me bewust zijn dat mijn houding niet uitmaakt, omdat ik van nature een open houding heb. Aldus mijn feedback van vorig jaar.
Verder heb ik in de afgelopen twee jaar niet de beste cijfers gehaald voor rapporteren. Dit blijf ik lastig vinden, net als verslagleggen. Ik hoop dat ik hier veel meer mee kan oefenen op stage, dan ik op school kon.

Schoolvakken
De opleiding is opgedeeld in 8 semesters. Een semester duurt een half jaar, van september tot januari en van februari tot juli. Inmiddels heb ik al 4 semester achter de rug. Dit jaar zijn dus semester 5 en 6.
Dit eerste half jaar heb ik drie vakken, 5.1, 5.2 en 5.3. Hieronder zijn alle vakken uitgelegd, wat ik daarvoor moet doen en hoe ik dat ga aanpakken met betrekking tot stage.

5.1, Regie voeren
Het eindproduct voor dit vak zijn een portfolio en een bewijs dat ik de stof beheers. Door het semester heen krijg ik zes zogenoemde "professionaliseringsdagen" waar ik een aantal opdrachten bij moet maken. Een voorbereiding, het leerrendement en een verwerking achteraf. Die laatste voer ik uit op stage.
Het eindproduct zelf bestaat uit een manier waarop ik laat zien dat ik de stof beheer, zoals een vlog, podcast, casusbeschrijving of een ander eigen gekozen methode. Dit moet onderbouwd zijn met een verantwoordingsverslag.
Mijn beoordelingseisen zou je kunnen vergelijken met het maken en volgen van een gezinsplan bij het Buurtteam.
- Ik stel samen met de jeugdige/gezin doelen op.
- Ik weeg methodisch af welke regierol passend is. En pas mij daarop aan.
- Ik ondersteun en stimuleer de jeugdige/gezin in inzetten van eigen mogelijkheden.
- Ik laat zien dat ik een jeugdige/gezin doel- en resultaatgericht ondersteunt in gedragsverandering. Met maak gebruik van wetenschappelijke en praktijkkennis.

5.2, Onderzoekend handelen
Het eindproduct voor dit vak is een casus-analyse van een onderzoek. Het komende semester ga ik een onderzoek voeren naar een casus binnen de stage-organisatie. Dit kan om een cliënt gaan, uiteraard in geanonimiseerde vorm, of om een hulpvraag vanuit beleid. Zelf zit ik al te denken aan het feit dat gezinswerkers bij het buurtteam vaak zich niet goed weten te oriënteren binnen een moeilijke casus. Er komen dan vaak vragen naar voren zoals: "Dit is toch eigenlijk te specialistisch en dus niet voor het Buurtteam?" of; "Vraagt dit niet te veel van mij als gezinswerker?" Dit onderzoek ga ik uitvoeren volgens de volgende stappen (ITS, z.d.):
- Je beschrijft het praktijkvraagstuk en de context daarvan, waarbij je gebruik maakt van signalen uit de praktijk en informatie uit literatuur. Je formuleert in overleg met je beroepspraktijk een heldere onderzoeksvraag.
- Je beschrijft de onderzoeksmethodes waarmee je het praktijkvraagstuk onderzoekt en verantwoordt je keuzes vanuit de theorie.
- Je verzamelt data vanuit de literatuur en de praktijk, analyseert deze systematisch en beschrijft de resultaten overzichtelijk.
- Je geeft antwoord op de onderzoeksvraag en formuleert op grond hiervan een of meerdere aanbevelingen.
- Je reflecteert in een bijlage op het onderzoeksproces en op je eigen rol als onderzoeker, waarbij je benoemt welke onderzoek vaardigheden jij nog verder wilt ontwikkelen.

5.3, Professionele identiteit
Het eindproduct van dit vak zijn er twee. Namelijk een assessment en supervisie. De eerste wordt beoordeeld door de studentbegeleider, namelijk Anne-Marieke. Supervisie wordt beoordeeld door Ieke, mijn supervisor. Het assessment wordt beoordeeld aan de hand van de volgende indicatoren:
- Je maakt eigen onderbouwde keuzes over wat jij wilt leren binnen jouw beroepspraktijk en supervisie en stuurt daarmee je eigen leerproces aan.
- Je reflecteert kritisch op jouw professioneel handelen (praktijk, supervisie, 5.1 en 5.2).
- Je neemt initiatief voor een gesprek met mede-supervisanten en/of collega's in jouw beroepspraktijk, waarin je open en toegankelijk bent over jouw leerproces.
- Je zet verworven inzichten en geformuleerde leerthema's om in professioneel handelen.
Supervisie wordt beoordeeld door te kijken naar inzet, inhoud en reflectie. Kom ik mijn afspraken na? Geef ik inhoudsvolle casuïstiek en reflecteer ik daar genoeg op?